|
 |
|
|
|
Digitaal mobiliteitsplatform (vanuit NAPK) |
|
|
|
De NAPK heeft samen met de vakbonden een digitaal mobiliteitsplatform ingericht, voor werknemers die door de bezuinigingen hun werk dreigen te verliezen. Dit platform staat ook open voor VNME-leden, en is ontwikkeld i.s.m. c3werkt.
Op het platform zijn tests, informatie, begeleiding en vacatures te vinden, in de vorm van vier onderdelen: digitaal loopbaancentrum, e-portfolio, sectorinfo en vacaturebank.
Naast de site is er ook een fulltime bemenste telefonische servcedesk bereikbaar.
|
|
Fusiedocumenten ter inzage |
|
|
|
Het fusieproces tussen VNME en NAPK is op een haar na voltooid. Op dit moment liggen de formele fusiestukken ter inzage bij de Kamer van Koophandel, gedurende een zgn. 'verzetstermijn' van een maand. Na afloop daarvan herbevestigen beide verenigingen nog eenmaal hun al eerder genomen fusiebesluit, waarna de fusie per 1 juli beklonken zal zijn.
Voor geïnteresseerden liggen de fusiestukken ook op het VNME-kantoor ter inzage. |
|
Op 12 april werd de laatste reguliere ledenvergadering gehouden van de VNME als zelfstandige organisatie. De volgende ledenvergadering zal het kader hebben van een sectoroverleg van de ensembles binnen NAPK. Deze zal plaatsvinden in augustus. |
|
NAPK-brochures ter beschikking van VNME-leden |
|
|
|
De NAPK heeft twee brochures opgesteld waarin informatie is te vinden die nuttig kan zijn voor instellingen die geconfronteerd worden met grote subsidiewijzigingen of zelfs beëindiging. De ene brochure bevat richtlijnen omtrent de formele procedure en verplichtingen bij het opheffen van een instelling. De andere brochure is een handleiding bij reorganisaties en opstellen van een sociaal plan, meer gericht op de personele consequenties.
Beide brochures zijn beschikbaar voor VNME-leden, en te vinden op het besloten ledengedeelte. |
|
Op de ledenvergadering van 8 december jl. heeft de VNME ingestemd met een voorstel tot fusie van VNME en NAPK. De NAPK is de 'grote broer' waarin de theater- en dansgezelschappen en orkesten zijn verenigd. De ensembles zullen zich hierbij gaan aansluiten. Vanaf 1 januari gaat het fusieproces geleidelijk in wording, op 1 juli zal het zijn afgerond en is de VNME formeel opgegaan in de NAPK.
De fusie zal op zichzelf geen directe gevolgen hebben voor de VNME-leden. Ook de VNME-directeur zal meegaan in de fusie en voor NAPK werkzaam zijn. |
|
Muziekensembles zwaar gedupeerd door nieuw beleid Fonds P |
|
|
|
De VNME is erg kritisch over het nieuwe beleid van Fonds Podiumkunsten over de verdeling van meerjarige subsidies.
Op 2 november presenteerde het Fonds zijn nieuwe beleid, dat uitgaat van gediversifieerde normbedragen per concert, en dat alleen toegankelijk is voor ensembles die voldoen aan forse instapdrempels (min. 40 concerten en min. 20% eigen inkomsten). Doordat de meeste ensembles niet in de buurt komen van het maximum subsidiabele aantal van 80 concerten, zal het nieuwe beleid voor velen erg negatief uitpakken. Ook de meest toonaangevende ensembles worden niet gespaard, en zien kortingen tegemoet van enkele tonnen tot 75%.
In zijn algemeenheid heeft het Fonds ervoor gekozen om de muzieksector extra zwaar aan te slaan bij zijn toch al zeer grote bezuinigingsopdracht. De ensembles gaan er 45% op achteruit, een disproportionele korting die de sector zeer hard zal raken.
Daarnaast is VNME in algemene zin kritisch over het systeem van normsubsidies, dat geen recht kan doen aan de praktijk en grote diversiteit van de individuele ensembles dus gemakkelijk oneerlijk kan uitpakken.
De VNME heeft zijn reactie op het nieuwe beleid verwoord in een persbericht. |
|
Reactie van FC op Geefwet |
|
|
|
Het kabinet is eindelijk met zijn voorstel gekomen voor een Geefwet, die het werven van externe financiering in (o.a.) de cultuur moet versterken. Een belangrijk aspect daarbij is een zgn. multiplyer, waarbij donaties voor een groter deel kunnen worden afgetrokken dan daadwerkelijk werd geschonken. Van iedere € 1000 euro betaalt de schenker daardoor zelf maar € 280.
Opvallend is dat er nogal wat onduidelijkheid op het gebied van de ANBI-status in de cultuur moet worden opgehelderd.
In een brief aan de Tweede Kamer heeft de Federatie Cultuur een genuanceerde en gedetailleerde reactie op deze Geefwet gegeven. Daarbij is helaas niet meegenomen dat een matchingsprincipe een eenduidiger systematiek is dan de multiplyer, en bovendien direct aan de begunstigde ten goede komt. Lees hier de brief van de FC. |
|
Documentatie voor leden beschikbaar |
|
|
|
In het kader van de aanstaande beleidsvorming en de eerder met de VNME-leden doorlopen strategische heroverwegingen, stelt de VNME aan zijn leden enkele boekwerken ter beschikking, die behulpzaam kunnen zijn bij het bepalen en uitwerken van bedrijfsstrategieën en het vormgeven van nieuwe bedrijfs- en verdienmodellen. O.a. de volgende boeken kunnen worden ingezien of geleend:
* "Business Model Generatie" door Alex Osterwalder, Patrick van der Pijl e.a. (over toepassing van het Canvas bedrijfsmodel)
* "Offstage" door Hans Kraaijeveld (handboek strategisch management voor podiumorganisaties)
* "Pak Aan" door Arjo Klamer, Cees Langeveld e.a. (praktische tips bij verwerving externe financiën)
* "Prestatiemeting en -verbetering voor culturele organisaties" door Marc Altink en Mike Anderson (handboek voor bedrijfsvoering en sturing) |
|
Portal: muziekensembles.nl weer in de lucht |
|
|
|
De door de VNME gelanceerde portal www.muziekensembles.nl is sinds de Uitmarkt weer geactualiseerd. Op deze site presenteren de aangesloten muziekensembles zichzelf in samenhang met geluid, video, beeld, concertinformatie, etcetera.
De site is vorig jaar ontwikkeld als onderdeel van de publiekscampagne waarin de ensembles zich presenteren als "Nederlands rijkste muziekverzameling". |
|
VNME-ensembles op Uitmarkt'11 |
|
|
|
Net als vorig jaar presenteerden de VNME-ensembles zich gezamenlijk op de Uitmarkt. Op za. 27 en op zo. 28 augustus speelden 14 ensembles 's middags in drie zalen van het Concertgebouw korte concerten van ca. een halfuur, plus jeugdconcerten in het Vondelpark. Tussen de 3500 en 4000 geïnteresseerden (veelal nieuw publiek) bezochten de concerten.
Helaas werkte het weer net als vorig jaar niet erg mee, waardoor de 'mobiele luisterbar' (muziekfragmentjes luisteren onder genot van een glaasje prosecco) niet kon rondrijden.
De gezamenlijke presentatie is onderdeel van de eerder gestarte campagne om de ensembles te promoten als "Nederlands rijkste muziekverzameling".
 |
| Atlas Ensemble in de grote zaal |
 |
| Amstel Quartet in de kleine zaal |
 |
| Stg Doek (HO&I) in koorzaal |
|
|
VNME-actie tijdens "Mars der Beschaving" |
|
|
|
Maandag 27 juni stond in het teken van het cultuurdebat in de Tweede Kamer en de acties van de sector, die onder de titel Mars der Beschaving eindigde in een manifestatie op het Malieveld.
De VNME heeft de gelegenheid aangegrepen om zich nog eens expliciet te profileren bij pubiek en politici, en lanceerde de capagne "Geen Halbekrats voor topensembles". Er werden grote advertenties in landelijke kranten geplaatst, en protestborden gemaakt die goed zichtbaar waren tijdens de Mars en de manifestatie.
Helaas bleek tijdens het debat al spoedig dat staatssecretaris Zijlstra geen duimbreed week van zijn beleid. Alhoewel er bij de cultuurwoordvoerders in de Kamer veel sympathie en begrip werd opgebracht voor de uitzonderlijke situatie van de muziekensembles leidde het niet tot verbetering van hun positie.
De muziekensembles kennen veel instellingen die zich kunnen afficheren als internationale top op hun gebied; als enige topinstellingen worden ze echter niet ontzien in Zijlstra's beleid. Ook voldoen ze al in hoge mate aan de doelen van Zijlstra, doordat ze de minste rijkssubsidie hebben en de hoogste eigen inkomsten (gemiddeld 75-100% t.o.v. de subsidie).
Doordat de vierjarige subsidies bij het Fonds Podiumkunsten worden afgeschaft en het budget van het Fonds bijzonder sterk onder druk komt te staan, zien ook de toekomstmogelijkheden voor financiering van ensembles er somber uit. Fonds-directeur Lawson voorspelt dat 60% van deze instellingen geen subsidie meer kan krijgen. Daarmee wordt de kwaliteit, diversiteit, pluriformiteit, spreiding en buitenlandse exposure van de ensembles (alle juist kernkwalificaties van de sector) ernstig bedreigd. |
|
reactie VNME op notitie staatssecretaris |
|
|
|
Op 10 juni publiceerde staatssecretaris Zijlstra zijn brief over het nieuwe cultuurbeleid. Ondanks dat de muziekensembles hierin de facto amper worden genoemd, en dat de ensemblesector zich mag beroepen op onvergelijkbare successen binnen de podiumkunsten, pakt de notitie toch zeer bedreigend uit voor de ensembles.
Een van de gevaren is dat het budget voor ondersteuning van muziekensembles vermalen wordt in de bijna onmogelijke opdracht die het Fonds Podiumkunsten heeft gekregen. De budgettaire druk zal door 30% bezuiniging en 24 miljoen extra taakstelling enorm zijn.
Een ander gevaar is het instrumentarium van de Fonds-subsidies: de staatssecretaris wil vierjarige instellingssubsidie afschaffen, terwijl deze voor ensembles juist als randvoorwaarde wordt beschouwd voor hun succesvolle bedrijfsmodel. Zoals bekend slagen de ensembles erin om met de laagste subsidiebijdragen de hoogste eigen inkomsten te genereren; zonder de bedrijfscontinuïteit van vierjarige subsidies is het echter bijna onmogelijk om dit succes te handhaven.
De VNME roept de Tweede Kamer op:
* zich te herbezinnen op omvang en tempo van de bezuinigingen, en eerst de juiste maatvoering en nuances te zoeken, voordat in de sector onbedoelde maar onherstelbare 'collateral damage' ontstaat.
* de muziekensembles net als andere 'topinstellingen' te ontzien en te beschermen, om de randvoorwaarden voor hun succes te handhaven, en om hen als goedkoop en efficiënt bedrijfsmodel juist sterker in te zetten in het cultuurbeleid.
Zie ook de strekking van de petitie die VNME op de hoorzitting maandag 20 juni aan de Tweede Kamer aanbood. |
|
Persbericht: "Succesvolle ensembles in de knel" |
|
|
|
De VNME roept de staatssecretaris op om de successen en de efficiency van de muziekensembles te verankeren en in te zetten in het nieuwe cultuurbeleid.
Uit kwantitatieve analyses blijken de ensembles exemplarisch te functioneren volgens de uitgangspunten van de staatssecretaris. Zo gebruiken zij slechts € 20 subsidie per bezoeker (3x zo weinig als collega-podiumkunsten) en bereiken ze een zeer hoog eigen-inkomstenpercentage (gemiddeld ruim 100% t.o.v. de overheidsbijdrage).
De VNME verzet zich hiermee tegen het advies van de Raad voor Cultuur. Was het in de uitgangspuntennotitie van de staatssecretaris vooral het geheel afschaffen van meerjarige subsidie voor muziekensembles het centrale probleem, ditmaal is het probleem dat de Raad ook ensembles voor 26% bezuinigingen aanslaat. In zijn advies reserveert de Raad wel een geoormerkt budget voor meerjarensubsidies voor ensembles, maar met een zo forse bezuiniging kunnen de VNME-ensembles hun ijzersterke kwalificaties niet langer volhouden. Als zelfs de kunstinstellingen die al in sterke mate voldoen aan de gestelde criteria dit in de toekomst niet zouden kunnen continueren, schiet de staatssecretaris bij de bezuinigingen in zijn eigen voet.
Het lijkt de VNME zinvoller om de muziekensembles om die reden juist méér in te zetten in het cultuurbeleid. Gezamenlijk vormen ze een goedkoop en efficiënt alternatief om hoogwaardige muziek te realiseren in kernsteden en de regio. |
|
Stage-onderzoek Paul Meerwijk |
|
|
|
Eind april rondde Paul Meerwijk, student kunstbeleid en kunstmanagement aan de Universiteit Utrecht, zijn stage bij de VNME af met een onderzoeksverslag, getiteld "Strategisch samenspel bij vrees en verwachting". Hierin onderzoekt hij de culturele en economische consequenties van het voorgenomen kabinetsbeleid voor de ensemblewereld n.a.v. 8 interviews met zakelijk leiders van ensembles.
In het verslag concludeert hij dat de bezuinigingen een ingrijpende verkleining en verschraling van het aanbod tot gevolg zullen hebben, alsmede verlies van 80-135 arbeidsplaatsen. Hij constateert dat de muziekensembles juist beschouwd kunnen worden als voorbeeldige culturele ondernemers, met hun lage subsidies, hoge eigen inkomsten en grote output. Hij uit zijn zorg over het feit dat de ensembles nog weinig bezig zijn om zich o.a. organisatorisch voor te bereiden op de bezuinigingen, en beveelt meer samenwerking aan tussen de ensembles.
Lees hier het volledige verslag. |
|
Beleidsnotities Tafel van Zes, Federatie Cultuur en NAPK |
|
|
|
Op dinsdag 29 maart publiceerde de zgn. Tafel van Zes een visie namens de gehele cultuursector op de inrichting van een nieuw cultuurbeleid en subsidiebestel, onder de titel "Minder waar het kan, beter waar het moet". De Tafel van Zes is een overleg van werkgevers, werknemers, fondsen, sectorinstituten, Kunsten92 en Cultuurformatie. De VNME was hierin indirect betrokken via Federatie Cultuur.
Het is voor het eerst dat er een eensluidende visie vanuit de sector wordt gepresenteerd. De notitie draagt dan ook duidelijk het karakter van een compromis-stuk waarin onderlinge tegenstellingen dienden te worden overbrugd, maar verwoordt niettemin in 8 punten een aantal noties over hoe de kunst & cultuur zich zou moeten ontwikkelen, en hoe de overheid hiermee zou moeten omgaan.
De notitie is niet zonder forse onderhandelingen tot stand gekomen, en er is ook na publicatie soms fel op gereageerd. De VNME onderschrijft de 8 punten in de notitie, maar zal verder niet schromen om ook zijn eigen geluid voor het voetlicht te brengen.
Lees hier de notitie van de Tafel van Zes.
Intussen hebben ook de Federatie Cultuur en de NAPK hun visie op de toekomst vastgelegd in eigen notities.
De Federatie kon als brede koepel van het 'veld' in hun visiedocument "Als het minder moet, dan zo sterk mogelijk" al een stapje verder gaan dan de Tafel. Zie hier de FC-notitie.
En de visie van de NAPK, getiteld "Zonder inhoud geen bestel", sluit in grote mate aan bij het gedachtengoed en de beleidsuitgangspunten van de VNME. Lees hier de notitie van de NAPK. |
|
Behoud belang van kleinschalige muziek |
|
|
|
In een brief aan het Ministerie van OCW heeft de VNME er samen met VAMP, VIP en VKMC (3 koepels van kleine podia) op aangedrongen om in het kader van de aanstaande bezuinigingen een scherp oog te houden op de kracht van kleinschalige muziek.
Uit de BeAM-gegevens van MCN blijkt dat honderden kleine podia in het land samen goed zijn voor 3,3 miljoen bezoeken, hetgeen minstens net zo veel is als de complete symfonische muziek in Nederland. Op deze podia worden duizenden concerten georganiseerd, wat een enorme markt betekent voor veel ensembles en kamermuziekgroepen. Bovendien opereren deze podia zeer goedkoop, met maar € 8 subsidie per bezoeker en met ook veel 'tijdsponsoring' (onbetaald werk).
Gemeentelijke bezuinigingen dreigen zwaar in te grijpen in dit grote en belangrijke speelcircuit. De stapeling met de landelijke bezuinigingen leidt onafwendbaar tot lege zalen.
Lees hier de volledige brief. |
|
Reactie VNME op Uitgangspuntenbrief Staatssecretaris |
|
|
|
De VNME heeft aan de Staatssecretaris voor Cultuur, Halbe Zijlstra en aan de woordvoerders cultuur in Tweede Kamer een reactie gestuurd op diens "Uitgangspuntenbrief voor cultuurbeleid".
In de reactie vraagt de VNME om aandacht voor een aantal specifieke aspecten, zoals de wel erg prematuur geformuleerde afschaffing van vierjarige subsidies bij cultuurfondsen, en de nijpende gevolgen van efficiencykortingen (en uitblijven van prijscompensatie) in een toch al zo ondergefinancierde sector als die van de muziekensembles.
Voorts wijst de VNME op een aantal algemene belangen, zoals de disproportionele omvang van de bezuinigingen op cultuur, de behoefte aan integraal beleid en afstemming met lokale overheden (zeker in een speelmarkt waarin podia nu al veelal niet meer de kosten voor concerten kunnen opbrengen), en aan een zeer afgewogen en ruimhartig overgangsregime.
De VNME stelt dat de muziekensembles al in hoge mate voldoen aan uitgangspunten van OCW, met hun geringe subsidiemiddelen, kleine overhead, hoge output, relatief zeer lage subsidie-per-bezoeker en hun enome buitenlandse belang (zie ook kwantitatieve analyse hieronder).
Inmiddels heeft de Staatssecretaris ook een adviesaanvraag aan de Raad voor Cultuur uitgedaan, waarin de Raad wordt verzocht concrete invullingen aan te leveren van zijn uitgangspunten, met een bezuinigingsopbrengst van 125 miljoen. |
|
Kwantitatieve analyse ensemblesector |
|
|
|
De VNME-ensembles hebben het over de jaren 2006 t/m 2009 bijzonder goed gedaan. Weliswaar leidden meetbare financieringsproblemen in de speelmarkt en de start van het 'meer voor minder'-beleid in 2009 tot enige verschuiving in de financiering van ensemblemuziek (gestegen overheidsbijdragen, daling van inkomsten uit speelmarkt). Maar desondanks kan onverminderd gesteld worden dat de Nederlandse ensembles niet alleen internationaal bekend staan om hun kwaliteit en dat zij samen een enorme diversiteit en innovatiekracht weerspiegelen, maar ook dat zij zich in cijfermatige zin onderscheiden met een hoge output (qua concerten en bezoek), een grote internationale exposure en een geringe subsidiedruk.
Uit de jaarlijkse sectoranalyse blijkt o.a. het volgende:
* de 28 VNME-ensembles speelden in 2009 samen 1161 concerten en 259 andere activiteiten.
* ze bereikten daarmee in totaal bijna 500.000 bezoekers; dat is gemiddeld meer dan 400 per concert (een constante over de afgelopen jaren).
* liefst een kwart van de concerten (284) vond in het buitenland plaats, waarmee de ensembles ongekende internationale ambasseurs zijn. Verder worden ongeveer evenveel concerten in de 4 grootste steden gespeeld als in de regio.
* in totaal ontvingen de ensembles ca. € 10 miljoen overheidsbijdrage. Daarmee bereiken zij m.b.v. een vergelijkbare subsidie als van één enkel orkest (of twee kleinere regio-orkesten) een veelvoud aan concerten, bezoekers en diversiteit.
* gemiddeld kosten de ensembles slechts € 22 per bezoeker, hetgeen zeer laag is t.o.v. de orkesten of het theater (die rond het drievoudige uitkomen). |
|
|
|
 |
|
|
De ensemblecultuur in Nederland is uniek; internationaal is er geen land met zo'n kleurrijk en divers palet aan professionele muziekensembles. Tientallen ensembles met zeer divers karakter (van barokmuziek via jazz/impro tot eigentijdse muziek; van strijkkwartet tot kamerorkest of -koor) vormen dé katalysator van de zich steeds ontwikkelende en vernieuwende muziekpraktijk.
De VNME-ensembles zijn verantwoordelijk voor ca. 1200 concerten per jaar, bijgewoond door een half miljoen bezoekers.
De hoge kwaliteit van de Nederlandse ensembles maakt hen tot veel gevraagde gasten in het buitenland. De VNME-ensembles spelen gemiddeld ca. 25% van hun concerten in het buitenland, waarmee ze bij uitstek de ambassadeurs en visitekaartjes van de Nederlandse cultuur zijn.
Muziekensembles zijn bovendien een heel goedkope manier om hoogwaardige muziek te produceren. Zij kosten de laagste overheidsbijdrage (in de orde van € 20 per bezoeker) en behalen de hoogste eigen inkomsten (ze verdienen gemiddeld hun subsidie weer terug).
|
VNME
Piet Heinkade 5
1019 BR AMSTERDAM
020 - 788 21 36 (ma-di-do)
Directeur: Paul Dijkema
|
|